Laat jij jezelf (af)leiden?

Ze heeft een open gezicht en mooi lang haar. Ik schat haar niet ouder dan vierentwintig. ‘Hoe is het?’ vraag ik.

‘Ik ben wel zenuwachtig.’ Ze glimlacht gespannen.

‘Dat is helemaal niet nodig,’ zeg ik.

‘Is het erg als ik ga huilen?’

‘Nee hoor.’

Regelmatig huilen mensen als ze bij me op consult komen. Dan bied ik ze een tissue aan, dat is nu iets gecompliceerder; door het Skype scherm heen kan ik haar moeilijk iets aanreiken.


‘Klopt het dat je bezig bent met een opleiding?’

‘Ja.’

‘Ik denk dat je daarna weer verder wilt, deze opleiding en het werk wat daaruit voortvloeit is niet het eindstation. Ik zie je veel presentaties voor een grote groep mensen houden.’

‘Wat leuk! Ik wil later een plek creëren waar mensen zichzelf kunnen zijn.

Ik wil dan allerlei activiteiten begeleiden, zoals bijvoorbeeld yoga.’


‘Ik voel paniek bij je, het zweet breekt je regelmatig uit.’

‘Inderdaad, paniek, angst en angstzweet. Vreselijk!’

Ze begint te huilen. Ze staat op en ik hoor haar buiten beeld zeggen: ‘even een zakdoekje pakken.’

Als ze weer terug is zegt ze: ‘sorry.’

Het geeft helemaal niks,’ zeg ik.


‘Ik heb het idee dat je bij je ouders woont.’

‘Ja, sinds de Corona ben ik weer bij mijn ouders gaan wonen,’ zegt ze met betraande ogen.

‘Het lijkt alsof je je irriteert aan iemand thuis, of zelfs aan meer mensen.’

Ze begint te lachen. ‘Ja, dat klopt, ik irriteer me heel erg!’

‘Ik geloof dat jij in essentie een heel vrolijk persoon bent en ook heel sterk.

Je geeft eigenlijk ook graag je mening. Maar je houdt je in, je doet heel lief naar anderen, maar daaronder zit een heel wilskrachtige vrouw. Waarom hou je je zo in?’

‘Mijn ouders zeiden altijd: doe niet zo druk, doe niet zo vrolijk!’

‘Je hebt een aanpassingslaag gecreëerd, maar je hebt jezelf daardoor verloochent. De laag onder de aanpassingslaag, jouw ware kern, die wil zo graag naar buiten komen! Doordat je die geen ruimte geeft, voel jij veel irritatie en frustratie.’



Ze begint weer te huilen.

‘Jij kunt mensen echt een blij gevoel geven, mensen optillen met je energie.’

‘Ja, dat weet ik ook wel, maar als je je altijd maar in moet houden, geloof je dat bijna niet meer.’

‘Doordat je niet jezelf kan zijn, en voortdurend in die aanpassingslaag zit, gaat je lichaam ook op slot zitten.’

‘Dat voel ik inderdaad, alsof ik mijn lichaam afsluit…’

‘Sporten is noodzakelijk voor je, omdat jij zo lichamelijk bent ingesteld. Door te sporten kun je je frustraties kwijt. Hardlopen, fitness.’

‘Dat wil ik nu toevallig gaan doen, die twee dingen. Ik heb altijd veel sporten gedaan. Ik heb ook gebokst omdat ik mijn frustratie kwijt moest, dat hielp echt!’


‘Ik denk dat je je ouders probeert te fixen, maar dat zal jou nooit lukken. Dat kunnen ze alleen zelf. Ik voel veel afstand bij je vader. Hij houdt afstand, het lukt je niet om emotionele toenadering tot hem te vinden, wat je ook probeert. Dat doet je veel pijn, ook omdat je het al zo lang probeert. Je gelooft ergens toch nog dat hij zal veranderen.’

‘Dat is zo waar!’

‘Je vader voelt, en ik wil benadrukken dat ik dit vanuit respect voor je vader zeg, als een blok beton. Er is geen doorkomen aan. Er is iets in zijn leven gebeurd, waardoor hij een enorme muur heeft opgebouwd.'

‘Dat is precies zoals ik het voel.’


‘Naar je vader toe kies je ervoor om in de aanpassingslaag te gaan. Je confronteerde hem een aantal keren, maar toen dat geen zin bleek te hebben, heb je het opgegeven en ben je je aan zijn gedrag gaan aanpassen door je in te houden en niet meer vrolijk te zijn.’

‘Als ik mijn vader confronteerde met zijn afstandelijke gedrag, zei hij altijd: Zo ben ik nu eenmaal. En daarmee was de kous af.’

‘Ik voel dat je moeder ook al heel erg lang moeite heeft met je vader. Jij en je moeder kunnen alle twee niet tot hem doordringen. Bij je moeder geeft dat ook veel frustratie. Dat wil ze dan met jou delen, maar eigenlijk is het verstandiger als ze dat niet met jou zou bespreken.’

‘Ze vertelt me álles over haar worstelingen met mijn vader.’


De tranen staan weer in haar ogen.

‘Je denkt heel erg veel aan je moeder.’

‘De hele dag door.’

‘Het is op zich mooi dat je zo bezorgd om haar bent, maar je hebt ook recht op een eigen leven. Al die vrolijkheid die in je is, kan er op deze manier niet uit.’

Door haar tranen heen lacht ze.


‘Jij hebt zoveel voor mensen te betekenen. Ik heb tijdens dit gesprek meer dan vier keer heel duidelijk jouw blije energie gevoeld. Die energie hoort bij wie jij écht bent en het is heel aanstekelijk voor mensen als je het vrij kan laten stromen. Bovendien blijf je zelf gezond als je die energie de vrije loop kan laten. De paniek en angst hoort niet bij jou, maar bij die aanpassingslaag. Als jij je echter op anderen, zoals je vader en moeder blijft richten, is dat de perfecte manier om het niet aan te gaan met jezelf, en blijf je je zo opgesloten voelen.’

Ze veegt met haar handen de tranen af die onder aan haar wangen hangen.

Zacht, maar fier zegt ze: ’ik geloof dat ik nu weet wat me te doen staat. Ik ga focussen op mezelf en niet meer op mijn vader of moeder, en dan ga ik verder komen.

Geen aanpassingsgedrag meer, dat heb ik lang genoeg gedaan!’


En dan zegt ze vrolijk: ‘wat leuk wat jij doet. Zelf was ik vroeger ook met deze dingen bezig, met zielen enzo, maar dat doe ik nu niet meer. Hoe ben jij hier zo toe gekomen?’


Een stralende energie komt via het scherm de kamer binnen. Buiten is het somber, maar in mijn huis is het alsof ze de zon heeft aangezet.


arrow_edited_edited.png

​© 2020 Frido Bijl