8 dagen overleden

Ze belt me om precies de afgesproken tijd. Ik kan me haar nog herinneren van een eerdere sessie, niet zo heel lang geleden. Inmiddels heeft ze veel losgelaten en spelen er andere zaken in haar leven: haar moeder is 8 dagen geleden overleden.

‘Mijn moeder is in het ziekenhuis overleden,’ zegt ze. ‘Ze had geen Corona, maar toch mocht er niemand bij haar komen. Ze is alleen gestorven. Ik wil zo graag weten hoe mijn moeder is overleden, of ze rustig was.’

Haar stem klinkt zacht en ingehouden.

‘Ik ga mijn best voor je doen,’ zeg ik, ‘maar 8 dagen is heel kort…’

Mijn ervaring is dat er niet altijd informatie doorkomt van iemand die nog maar zo kort overleden is. Maar ik krijg sterk het gevoel dat haar moeder openstond voor het idee van een hiernamaals of hemel. Dat zou zeker de verbinding kunnen vergemakkelijken.

‘Ik vraag me ook af wat er gebeurd zou zijn als ik het anders had aangepakt,’ zegt ze, ‘als ik meer overredingskracht had gehad en tegen de artsen was ingegaan, had ik mijn moeder dan toch nog kunnen zien?’


Ik concentreer me even en vang dan al snel de energie van haar overleden moeder op. Ik ben blij dat ze er is, en dat ze haar dochter informatie wil doorgeven.

’Wat ik voel is dat ze niet wilde dat jullie haar in ‘ellende’ zagen. Ze wilde in rust overgaan, in haar eentje. De situatie die er op het laatst was, die wilde ze op een dieper level. Ik zie haar liggen op een bank in haar woning, voordat ze in het ziekenhuis belandde. Ik zie jou daar ook. Je hielp haar met allerlei huishoudelijke taken en gaf haar veel aandacht. Je bent langere tijd achter elkaar bij haar langs gekomen. Ze zegt dat ze heel blij is geweest met jouw zorg. En dat ze het liefst alles zelf had willen blijven doen, maar ze was buitengewoon moe.’

‘Ja dat klopt, en ze kon alleen maar liggen, zo moe als ze was.’


‘Ze is eigenlijk op een natuurlijke wijze gestorven,’ zeg ik. ‘Ze had al eerder problemen met haar lijf en is daardoor in het ziekenhuis terecht gekomen. Heel duidelijk heeft ze toen gevoeld dat ze daar nooit meer heen wilde. Ze had niets met het medische, de slangetjes aan haar lijf. Dat was voor haar erg klinisch.’

‘Inderdaad is ze voor deze opname eerder in een ziekenhuis beland voor haar knie, en al dat gehannes aan haar lichaam wilde ze niet nog een keer. Dat wist ze heel zeker.’

‘Ze was eigenwijs,’ zeg ik, ‘maar op die heel natuurlijke manier van haar. Ingrepen aan haar lijf zag ze als onnatuurlijk, tegen de natuur in. Daarom heeft ze ook nu niemand laten blijken wat er met haar was.’

Met veel emotie in haar stem zegt ze: ’Drie dagen achtereen was ik bij haar, en er leek niets aan de hand. Maar toen ineens kreeg ze zo’n ontzettende last van haar buik. Ambulance gebeld… Naar de spoedeisende hulp.… Operatie… Kort na de operatie is ze overleden. Ze was niet meer te behandelen… Ze heeft nooit iets gezegd, ze zal de pijn moeten hebben verbeten.’


‘Het lijkt trouwens alsof je toch nog een vorm van contact met je moeder hebt gehad,’ zeg ik, ‘toen ze in het ziekenhuis lag. Det heeft haar veel rust gegeven.’

‘Vlak na de operatie werd ze in eerste instantie niet wakker. Toen ze eenmaal bij kwam, hebben we haar een brief en een foto gestuurd. Ze wilde weten of het haar man gelukt was om in zijn eentje de was te doen.’

Inwendig moet ik een beetje glimlachen, blijkbaar was het voor haar heel belangrijk dat haar man wist hoe hij zijn kleding moest wassen. En voelde ze zich er rot over dat ze hem dat niet goed uitgelegd heeft, voordat ze naar het ziekenhuis ging.

‘Je moeder heeft er vertrouwen in dat iedereen in de familie het zal gaan redden. Ze wil niet dat jullie gaan zitten sippen, zegt ze. Ze wil dat jullie aan leuke activiteiten deelnemen en feestjes hebben.’

Mijn cliënte begint zachtjes te lachen. ’O ja, herkenbaar! Sippen is ook echt zo’n woord dat ze vaak gebruikte. Ze hield vroeger vaak feestjes.


‘Je moeder laat me ook weten dat haar man beenklachten heeft. Dat hij boven zijn kracht aan het werk is, en dat hij het echt rustiger aan moet doen, anders kunnen zijn beenklachten weer verergeren.’

‘Ja, hij had erg last van zijn benen, nu is het wat minder, maar hij werkt absoluut te hard!’

‘Haar leven is geen koek en ei geweest,’ zeg ik, ‘maar ze heeft ook veel voldoening gevoeld en ze heeft in haar leven veel voor anderen kunnen doen.’

‘Er zijn veel kaartjes voor haar gekomen! Ze heeft veel betekend voor het dorp waarin ze woonde. Er was een erehaag, de mensen waren in shock, niemand had het zien aankomen.’

Ik voel de voldoening en de tevredenheid die haar moeder haalde uit het mensen helpen. Ik zie dat ze flink haar handen uit de mouwen heeft gestoken en nooit geklaagd heeft als het moeilijk was.

Dan verschijnt er een heel duidelijk beeld. Als de rust zelve zit ze in een stoel die op een grasveldje staat, een stukje vóór haar staan struiken, bloemen en jonge boompjes.

‘Ik zie je moeder zitten in een stoel in een tuin, heel rustig en verbonden met de natuur. Dit beeld geeft ze me heel duidelijk door en zegt erbij dat dit is zoals ze is en zo wil ze ook dat je je haar herinnerd: verbonden, rustig, eenvoudig en tevreden. Niet met slangen aan haar lijf en zo.’

‘Wat een treffend beeld,’ zegt ze. ‘Mijn moeder was in de basis een tevreden boerenvrouw.’


‘Ze hield ook bijzonder veel van muziek. Ze had altijd de radio aan staan.’

‘En… ik hoor een kerkorgel.’

‘Dat kan kloppen. Ze is vroeger misdienaar geweest, vandaar het orgel, dat zal ze veel gehoord hebben.’


‘Voor jou heeft je moeder als boodschap dat je niet alleen maar hoeft te zorgen. Zo van: wat is de andere kant van zorgen? Wat er eerder in je leven is gebeurd is niet zomaar gebeurd…’

‘Dat begrijp ik heel goed, ik doe altijd alles voor anderen, en ik pas me te veel aan. Maar sinds het overlijden van mijn moeder, sinds 8 dagen, ben ik de dingen op mijn eigen manier gaan doen, zoals ik het voelde, en dat wil ik nu ook blijven doen op deze manier.’

‘Je moeder was een doener, met alleen maar denken en piekeren kom je niet zo ver,’ zegt ze. ‘Ze wil dat jij ook meer gaat aanpakken. Iets van je leven gaat maken.’

‘Ja, ik weet het. En ik mag ook minder ‘netjes’ zijn, wat frivoler worden.’


‘Je moeder zegt iets over bloemen… dat die heel belangrijk voor je zijn en dat die ook voor haar altijd bijzonder zijn geweest. Ze zegt dat je als een bloem kan worden: kleurrijk en open.’

‘Ik koop sinds kort bloemen voor mezelf. Vroeger deed ik dat gek genoeg echt nooit. Ik merk dat ik er nu erg van kan genieten. Mijn moeder zette iedere week nieuwe bloemen in een vaas op tafel in de woonkamer en ze hield ook ongelofelijk veel van de bloemen in haar tuin.’

‘Je moeder zegt: mijn leven was klaar en af, terwijl het hare eigenlijk nu pas gaat beginnen.’

Aan de andere kant van de lijn valt een stilte. Ik voel dat ze iets wil zeggen, maar nog niet helemaal de juiste woorden kan vinden.


‘Ik merk dat ik door wat je gezegd hebt Frido, veel meer rust voel nu… Ik geloof dat je verwoord hebt, wat ik zelf ook diep van binnen voel, maar eerder nog niet helemaal aan mezelf wilde erkennen… Je hebt me een mooie bevestiging gegeven…’

‘Fijn dat je meer rust voelt,’ zeg ik. ‘Ik zie nu weer het beeld van je moeder in de tuin terwijl ze aan het genieten is, voeten op het gras, een glimlach op haar gezicht, met bloemen in haar hand…’



arrow_edited_edited.png

​© 2020 Frido Bijl